Blooming Cities #4 Groen en Wonen: op zoek naar een groen verdienmodel?

De voordelen van een groene omgeving zijn groot. Oppervlakten met planten zorgen voor verkoeling in de stad én voor een beter klimaat in woningen en gebouwen. Maar hoe zorg je ervoor dat groen als een belangrijk onderdeel kan worden opgenomen in het ontwerpen en de projectontwikkeling van wijken, de wijkinrichting en –renovatie?

De ruim 100 aanwezigen gingen hierover met elkaar en met deskundigen in gesprek tijdens Blooming Cities #4 Groen en Wonen, een bijeenkomst georganiseerd door Greenport Aalsmeer, Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (T&U), Stichting De Groene Stad en Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

De Groene Agenda
Albert Haasnoot, manager Corporate Social Responsibility en Duurzaamheid bij bloemenveiling Royal FloraHolland, praatte de zaal bij over De Groene Agenda. Binnen dit programma van Topsector T&U wordt er onderzoek gedaan naar de positieve effecten van groen op gezond wonen, werken en leven.Ondernemers in de groensector kunnen hiermee nieuwe verdienmogelijkheden voor zichzelf creëren. Bekijk het filmpje

Haasnoot liet drie concrete projecten zien:

Groene plug-in
Architect Atto Harsta zet zich in voor veranderingen in om gezonder en energieneutraal te ontwerpen en te bouwen. Hij pleit ervoor te bouwen met de mens als uitgangspunt in plaats van technische mogelijkheid als vertrekpunt te nemen. Hij ging in op de integratie van groenzones in bouwplannen en pleitte voor een groene plug-in in de ontwerpprogramma’s voor ontwerpers en architecten, zodat groen een automatisch onderdeel wordt van de stad van de toekomst. Harsta: “Zorg dat bij het uitvragen in tenders ook dat groen een belangrijk onderdeel is”.

Download de presentatie van Atto Harsta

Rainproof
Vervolgens was het woord aan Daniel Goedbloed, programmamanager bij Amsterdam Rainproof, een initiatief om samen met bewoners, bedrijven, kennisinstellingen en overheid de stad om te vormen tot een regenbestendige groene stad. Hij riep de zaal op om na te denken over creatieve oplossingen om hevige regenval goed af te voeren. “Tegels of andere verharding in je tuin en in de wijk zijn praktisch en onderhoudsvriendelijk. Maar deze verharding zorgt er ook voor dat het water niet in de grond kan wegzakken en te snel afstroomt naar het riool, met de nodige overlast tot gevolg”.

Na het plenaire gedeelte ging de zaal aan de slag met twee concrete Amsterdamse projecten: het Bajes Kwartier en Pek-O-Bello.

Bajes Kwartier
Op het terrein van de voormalige Bijlmer Bajes moet een nieuwe, autoluwe en groene stadswijk verrijzen. De aanwezigen gingen met elkaar in gesprek over hoe deze nieuwe groene wijk eruit moet gaan zien. De Bijlmer Bajes biedt veel kansen voor groene daken. Er werd veel gesproken over hoe je het groenonderhoud kunt organiseren. Een hoveniersbedrijf pleitte ervoor om vanaf de start van het project de eigenaren – zowel bewoners als ondernemers – erbij te betrekken: leg hen een aantal keuzes voor en organiseer vanaf het onderhoud samen met de buurt. Beloon ook diegenen die actief met het groen aan de slag gaan met bijvoorbeeld een (groene) beloning. Iedereen was het erover eens: groen maakt een wijk mooier en zorgt voor waardestijging van het vastgoed.

Pek-O-Bello
Pek-O-Bellois een bewonersbedrijf dat zich inzet voor ‘de huishoudelijke taken’ in de Van der Pekbuurt. De wijk heeft 11 binnentuinen, die heringericht moeten worden om de verblijfs- en natuurwaarden van deze groenruimtes te bevorderen. Uit de discussie bleek groen wordt gezien als een verdienmodel voor de wijk: niemand is tegen groen. Alleen moet de baten en lasten wel in evenwicht zijn. Een van de suggesties was het oprichten van een groene Vereniging van Eigenaren (VVE), waar het groen in de wijk belegd kan worden samen met de bewoners van de wijk. De aanwezigen zien groen ook als middel: voor sociale cohesie, leefbaarheid, gezondheid, biodiversiteit, wateropvang etc.