Freesiatelers Mariëlle en Thomas Akerboom: ‘De markt gaat er anders uitzien na de crisis’

Mariëlle en Thomas runnen samen met vader Theo en oom Ben het sierteeltbedrijf Akerboom Freesia, met drie productielocaties in de gemeente Kaag en Braassem en een eigen vermeerderings-, verkoop-, verwerkings- en transportafdeling.

Mariëlle: ‘De eerste week was dramatisch, dat vergeet ik nooit meer. Op zondag stonden we met een vreselijk onderbuikgevoel freesia’s te snijden in de kas en op maandag 16 maart draaide inderdaad driekwart van ons product door op de veiling. In een week tijd hadden we nog maar 20% van onze omzet over. Toen moesten we gaan ingrijpen. Verstand op nul en gaan: we hebben 70% van onze freesia’s in de kas weggemaaid, de externen naar huis gestuurd en de belichting in de kas uitgezet om zo kosten te besparen.

We kunnen waarschijnlijk geen gebruik maken van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW-regeling), omdat we een seizoensgebonden bedrijf zijn. Onze piek zit, net als heel veel bedrijven in de land- en tuinbouw, juist in het voorjaar. We hebben wel uitstel van de loonbelasting aangevraagd. Maar je weet: het is uitstel, deze kosten gaan in de toekomst een keer komen. Soms ga ik even de kas in, omdat het fijn is om even met de bloemen bezig te zijn, en niet alleen met geld of met de vraag hoe lang we het nog gaan redden.

Maar we blijven positief. Er zijn, ondanks deze enorme crisis, nog kansen genoeg. We zijn ver voor deze crisis al gestart met eigen veredeling, dat schaalt nu snel op. Binnen een paar jaar zijn we op de markt met onze eigen rassen die echt onderscheidend zijn en waarmee we veel consumenten blij kunnen maken.’

Thomas: ‘Het verlies dat we nu draaien, gaan we dit jaar niet meer goed maken. Maar we moeten vooruitkijken en niet achterom. De markt gaat er anders uitzien na deze crisis. Daar moeten we als bedrijf creatief mee omgaan. Ik heb de afgelopen weken gesproken met exporteurs over een aantal nieuwe modellen. Daar konden we voorheen niet over praten, maar daar staan ze nu wel open voor.

Kwekers en exporteurs beconcurreren elkaar keihard, terwijl we elkaar juist moeten helpen. We hebben elkaar in de toekomst hard nodig om een goede boterham te verdienen. De handel zal in de toekomst meer moeten gaan kiezen: ga ik voor een hoog of laag segment product en welke kwekers passen daarbij (en niet: wie is de goedkoopste). We kunnen niet blijven hangen in de ouderwetse manier van inkopen. De relatie wordt steeds belangrijker.

Op de lange termijn komen we hieruit. Tuurlijk, het doet nu heel zeer. Maar we zijn in de tuinbouw gewend om met de grillen van de markt om te gaan. Mijn ervaring is dat in tijden van crisis mensen thuisblijven: ze gaan niet op vakantie, op stap of uiteten. En dan willen ze het thuis gezellig maken, met bloemen en planten. Dat is dan weer een klein voordeel voor ons.’